De dag van acties rond het afgezette stadsdeel van Genua waar de G8-top plaatsvond zat erop. Na onze terugkeer op het actiekamp drongen de berichten door van wat in andere delen van de stad was gebeurd. De politie had een man doodgeschoten. Onze woede was groot, en sommige actievoerders gingen de stad in om daartegen meteen een protestdemonstratie te houden. Dat leek ons niet zo verstandig, gezien de opgefokte sfeer die in de stad hing was dat vragen om meer moeilijkheden. Vanuit het actiekamp zagen we een gebouw in brand staat: een bankgebouw, maar daarboven bevonden zich woonblokken.
De nacht was weinig rustgevend. We sliepen deze keer op het actiekamp zelf, onder de open lucht op het beton (matjes en dergelijke boden verlichting). De eerste uren van de nacht cirkelde er minstens een helicopter boven ons en stoorde ons met herrie en lichtbundel. Treiterij – tenzij ze dachten tussen de actievoerders de heer Bin Laden te vinden. Veel van de extreme veiligheidmaatregelen werden verkocht als voorbereiding tegenover mogelijke terroristische aanslagen, en darabij viel de naam van Osama. In de baai lag zelfs een heus oorlogsschip. Later in de nacht verdwenen de helicopters en kon er beter geslapen worden.
De volgende dag stond er een grote demonstratie op het programma. Voor het zoveer was, vond er een bijeenkomst plaats van diverse revolutionaire groepen – de International Socialist Tendency (de stroming waar de Internationale Socialisten deel van uitmaken) en andere trotskisten. Daar sprak, meen ik, Alain Krivine, van het Verenigd Secretariaat vande Vierde Internationale (een andere trotskistische stroming), en Chris Bambery van de Socialist Workers Party (zusterorganisatie van de Internationale Socialisten). Hij hield een zinderend betoog: "Dit is het Europese Seattle", zei hij. Gisteren was door vele duizenden actie gevoerd tegen de top en "we put them under siege!" We hadden ze belegerd, opgesloten achter hun eigen hekken.
Daarna begonnen we ons te voegen in de enorme stoet die zich klaarmaakte voor de optocht. De stemming was zeer geladen maar tegelijk ook bijna euforisch. Geladen, vanwege de woede over de moord op een actievoerders. We hadden inmiddels op foto s in een Italisaanse krant een indruk gekregen hoe het was gebeurd: hij van dichtbij doodgeschoten, waarna de wagen van de agenten tweemaal over de jongen was heengereden. Maar onse boosheid verbond zich met een gevoel van verbondenheid en kracht toen we zagen en voelden metr hoeveel we waren.
Eenmaal op pad tracteerden we elke politiehelicopter op een zee van middelvingers en spreekkoren: "asasini, asasini!" Hetzelfde deden we tegen een politiepost, hoog op de heuvels. We voelden ons sterk. Maar recht voor ons zagen we wel wat traangaswolken, daar was alweer iets aan de hand. De hoofdstroom sloeg echter rechtsaf, de binnenstad in.
Dat was een prachtige tocht. Overal zagen we uit de ramen mensen kijken, gekleurde vlaggen, rode vlaggen, vlaggen met PACE erop. Op een gegeven moment kregen actievoerders waterstralen uit een tuinslang op zic, vanuit een huis. Praktische solidariteit, een hoogst welkome verfrissing in de brandende zon.
Het mooist vond ik echter het moment toen er een stokoude mevrouw vanuit een van de huizenblokken een oud rood doek tevoorschijn haalde, kennelijk een oude vlag van Communistische partisanen tegen de fascisten of zoiets dergelijks. Zij had het misschienwel allemaal meegemaakt: de jaren zestig en zeventig, toen een uiterst radicale arbeidersbeweging het Italiaanse kapitalisme aan het wankelen brachten; de jarebn 44-45, toen rode partisanen Noord-Italie bevrijdden van de fascisten en een haklve revolutie ontketenden; misschien zelfs wel de rode jaren 1919-1920, toen Italiaanse arbeider met stakingen en bedrijfsbezettingen het voorbeeld van de Russische Revolutie volgden, maar kantjeboord geen doorbraak wisten te bereiken.
En hier stond nu deze vrouw, tegen het eind aan haar leven, en zag ons voorbijtrekken – overwegend jong, voorzien van rode vlaggen, en actievoerend vanuit dezelfde hoop wara haar oude partisanendoek van sprak. Natuurlijk kreeg ze van de vorbijtrekkende actievoerders een emotioneel applaus. Wat er precies in haar omging kan ik onmogelijk bevatten. Maar ik was niet de enige die tranen in de ogen had.
Op een gegeven moment begon in de stoet achter ons een aanzwellend geroezemoes dat snel dichterbij kwam. Moeilijkheden? Politieaanval? nee. Mensen vertelden ons dat bekend was geworden dat de G* haar top had afgeblazen! Dat nieuws leidde tot een vreugde-expolsie, en de stoet van betogers veranderde ter plekke in een dansende menigte, mensen vlogen elkaar om de hals, feliciteerden elkaar, scandeerden "Genova Libera!" Wat een afgang voor hun, wat een victorie voor ons!
Helaas – een half uur later hoorden we een radiobericht: het "nieuws" bleek onwaar, de top was niet afgeblazen. Dompertje natuurlijk – maar alleen al het hele idee dat zoiets denkbaar was, gaf aan hoe het met het gevoel, het gemeenschappelijke zelfvertrouwen, van demonstranten was gesteld.
Aan het eind van de route wachtten we in de hitte op een afsluiting van de tocht. In een straat verderop waren kennelijk botsingen met de politie gaande, langer rondhangen was niet zo erg zinnig. De demonstratie was voorbij. We trokken nu met de groep uit Holland richting het actiekamp, om daar onze spullen te halen en naar de bussen te gaan.
Dat werd nog een spannende tocht. Overal stond politie. We waren nu niet meer met de grote menigte smane, en dus extra kwetsbaar. dat betekende dat we rustig, zonder leuzen te roepen en met vlaggen te wapperen, verder trokken. Erg vrolijk werden we daar niet van, en sommigen van ons vonden het zelfs een slappe wijze van doen. Maar ik denk dat er weinig voor nodig was geweest om ons in moeilijkheden te brengen, en tegen de opgefokte carabineiri van Genua staan met enkele tientallen mensen, zo vlak voor onze terugkeer naar huis zou niets toevoegen aan wat we de drie dagen actie hadden bereikt.
OP het basiskamp snel de spullen gepakt, en naar de bussen. Zelfde voorzichtigheid, en ik was blij toen we in de bus zaten. Zo begon de terugreis. Toen we de Franse grens over waren viel er een spanning van me af. Intussen waren we druk aan het napraten. Een kameraad merkte op dat wij nu eens drie dagen meemaakten wat socialisten in bijvoorbeeld Turkije dagelijks ondergaan: politiek werk doen in
een halve of hele politiestaat, onder omstandigheden die verwant zijn aan die van een burgeroorlog.
Later onderweg hoorden we griezelig nieuws: de Italiaanse politie was in Genua een actiecentrum binnen gevallen, had mensen zwaar mishandeld en opgepakt. Na thuiskomst zou duidelijk worden hoe grof fde politie tekeer was gegaan, niet alleen tijdens de acties zelf, maar ook na afloop.
Eenmaal terug in Amsterdam gingen we meteen door naar een solidariteitsactie die daar was opgezet tegen de repressie van Genua-demonstranten. Wij kwamen ernaartoe, met onze borden, leuzen roepend en alles. Wij voelden ons morele overwinnaars op de G8 en de politie waarvan we de klappen en het traangas hadden opgevangen zonder dat het ons had gebroken. Maar sommige thuisblijvers voelden zich verslagen – vanwege de moord op de demonstrant. De actie had meer weg van een rouwstoet. Erg onwezenlijk.
Hier botsten ook twee wijzen van aanpak: openlijke massale demonstraties aan de ene kant; autonome groepen op het straatgevecht voorbereide actievoerders aan de andere kant. Juist de ervaring in Genua liet het tekortschieten van die tweede strategie zien, en daarom was het gevoel van veel thuisblijvers – de meer affiniteit met die tweede strategie hadden – wel te begrijpen.
Vervolgens naar huis in Tilburg. Een maat van me, SP-er uit Breda, was al in Amsterdam bij de actie daar, en we reisden samen terug. Ik had intussen mijn toenmalige vriendje gebeld dat ik veilig uit het oorlogsgebied terug was. Ook hij had het nodige te verduren gehad: zich zorgen maken op afstand, en feitelijk niets kunnen doen (ik had vanuit Genua wel een keer kort gebeld). Ook dat is moed en solidariteit. En thuis stond er een warme maaltijd klaar.